Skip to content

Rondom station Schiedam Centrum verrijst een dynamisch stuk stad. Door de gemeentelijke gebiedsontwikkeling SchieDistrict krijgt het wonen, werken, leven en verblijven hier een enorme impuls. Ongeveer 4.500 woningen erbij, een campusontwikkeling, een transitie van bedrijventerreinen, de bouw van een hotel en mogelijk een nieuw station in Noord. En de Schie meandert als een blauw lint langs alle ontwikkelingen. Maar waar anderen een harde grens zien, ziet Lydia Buist ruimte. “Gebiedsontwikkeling begint voor mij niet met stenen, maar met de vraag: wat kan hier ontstaan als je alles durft te verbinden?”

Door Edwin Venema, contentmanager HPP

Als directeur Gebiedsontwikkeling SchieDistrict werkt Buist aan een van de meest veelzijdige stedelijke transformaties van dit moment in Nederland. Wonen, werken, mobiliteit, maakindustrie, onderwijs en leefkwaliteit moeten hier samenkomen.

Het typeert haar werkwijze: niet denken in beperkingen, maar in systemen. Niet kiezen voor de korte termijn, maar bouwen aan iets dat generaties meegaat. En altijd vanuit de overtuiging – zo blijkt al snel – dat gebiedsontwikkeling uiteindelijk mensenwerk is. Ze is een inhoudelijk gedreven verbinder met een duidelijk doel voor ogen. “Je moet zelf aan tafel gaan zitten”, zei ze eerder in een interview bij Topvrouwen, “anders beslist iemand anders voor je.”

Holland Property Plaza spreekt haar over die combinatie van regie en inhoud, over hardnekkige weerstand en zachte diplomatie, en over wat het kost om iets van deze schaal echt voor elkaar te krijgen.

EV: Laten we beginnen bij het begin van jouw professionele carrière. Je bent begonnen in milieu en regelgeving in Maassluis. Wat trok je daarin aan? Was het idealisme, opportunisme, of gewoon ergens moeten beginnen?

LB: Vooral idealisme. Ik was afgestudeerd in chemische technologie – cum laude, dus ik kon overal werken. Maar ik dacht: het kan zo niet doorgaan op deze planeet. Dan moet je zeker niet in de industrie willen werken. Ik wilde iets met milieu en duurzaamheid doen. Vandaar dat ik bewust voor de overheid heb gekozen.

EV: Wanneer verschoof jouw rol van inhoud naar regie? Ik zie die rode draad in je loopbaan – dat je op een gegeven moment van puur inhoudelijk werk ook in een regierol terechtkomt.

LB: Eigenlijk al vrij snel. Ik denk dat ik een jaar of twee bij de gemeente werkte en al plaatsvervangend afdelingshoofd was. Ik ben nog een tijdlang bedrijfsleider van de reinigingsdienst geweest, omdat ik daarvoor werd gevraagd – er waren problemen die opgelost moesten worden. Op een gegeven moment werd ik geselecteerd voor een high potential-groep om door te groeien in management. Op dat moment had ik andere prioriteiten privé en heb ik dat afgezegd. Uiteindelijk loop je toch je eigen pad. Maar het bloed kruipt natuurlijk waar het niet gaan kan. Ik ben mijn hele leven al bezig met de balans tussen regie en inhoud, want ik hou écht van de inhoud. Ik geloof dat het daar ook allemaal gebeurt. En de regie daaromheen moet je kunnen voeren als je de inhoud kent – zo zit ik in elkaar.

EV: Het managen van mensen en afdelingen is toch een andere game dan puur inhoudelijk actief zijn. Wanneer merkte je dat je dat ook kon, en misschien ook leuk vond?

LB: In 2000 ben ik naar Schiedam gegaan voor een managementfunctie, en weer terug naar mijn oorsprong bij de afdeling milieu. Maar ik zat daar nog maar een jaar, denk ik, en had al allerlei andere dingen aan mijn fiets hangen. Ik werd kwartiermaker om de afdelingen bouw, woontoezicht en milieu samen te voegen – een combinatie van bouw en milieu, waarvan ik later zelf hoofd ben geworden. Wat ik leuk vond aan leidinggeven op afdelingsniveau, is dat je echt nog in staat bent mensen te begeleiden en te helpen in hun werk. Later ben ik doorgegroeid tot kwartiermaker voor een nieuw cluster – bij ons heette dat clustermanager, maar je kunt het vergelijken met directeur Stedelijke Ontwikkeling. Dat was zo’n 220 fte, met vijf of zes afdelingsmanagers en teamleiders eronder. Dat heb ik ruim vijf jaar gedaan, maar dat vond ik eerlijk gezegd minder leuk.

EV: Omdat de inhoud te veel naar de achtergrond verdween?

LB: Ja, iedereen deed alle leuke dingen behalve ik, zo voelde het. Het was wel nuttig – je staat aan het stuur, je kunt richting geven aan een organisatie én aan de stad. Maar uiteindelijk mochten anderen de inhoud vormgeven. Daar zat ik veel te ver vanaf, en dat is gewoon niks voor mij.

EV: Maar het heeft toch relatief lang geduurd – ruim vijf jaar – voordat je dacht: dit is het niet. Hoe kijk je daar nu op terug?

LB: Het heeft zo lang geduurd vanuit loyaliteit. Mensen niet in de steek willen laten – dat hoort bij hoe ik ben. Ik was ook bereid om een andere baan te zoeken. De toenmalige gemeentesecretaris bood mij echter de baan aan van Riek Bakker, die destijds bij Schiedam werkte als directeur voor het doortrekken van de A4. Met “Schiedam in Beweging” heb ik daarop de eerste grote gebiedsontwikkeling in Schiedam opgestart.  En ben ik gebleven, want ik dacht: dit is hier ook bijzonder!

EV: Voel je je nu nog steeds primair inhoudelijk expert en daarnaast regisseur? Of heb je die twee rollen versmolten tot iets wat goed bij je past?

LB: Het lijkt een tegenstelling, maar die is er niet. Als je wilt dat een gebiedsontwikkeling goed functioneert, moet je kunnen schakelen van het niveau van directeur naar het uitvoerende niveau – en weer terugschakelen naar wat er nodig is om mensen hun werk goed te laten doen. Ik zit wel in de regie, maar ik kan dat niet losmaken van alle inhoud. Want als ik die inhoud zelf niet beheers, is het ook heel moeilijk om een gesprekspartner te zijn over de richting. Ik heb een stip op de horizon, die meer een stippellijn is – sommige mensen zien de eerste vier of vijf stippen, anderen zien er zeven of acht. Dat schakelen tussen wat mensen zien, zodat zij hun werk goed kunnen doen en er écht lol in hebben – dat vind ik een van mijn kwaliteiten.

“Ik probeer altijd te verbinden, maar wel met een duidelijk doel voor ogen.”

EV: Dan de grote gebiedsontwikkeling (165 hectare) waar jij nu mee bezig bent. Wat maakt SchieDistrict uniek in Nederland?

LB: Het is een gebiedsontwikkeling met verschillende projecten erin. Ik heb de stellige overtuiging dat iedere gebiedsontwikkeling – tenzij het puur vervangende nieuwbouw is – altijd begint met een maatschappelijk probleem of aandachtspunt. We bouwen niet zomaar woningen, maar omdat er woningnood is. Toen ik met ondernemers op het bedrijventerrein praatte, hadden ze allemaal dezelfde problemen: ze konden geen personeel krijgen, er was geen ruimte om te groeien. Tegelijkertijd zag ik dat er twee aangrenzende wijken waren met een hoge werkloosheid. Als je die dingen bij elkaar pakt – alle maatschappelijk relevante aspecten en de vraag hoe je fysiek aan die problematiek kunt bijdragen – dan krijg je dit type ontwikkeling.

EV: Er zijn 36 juridische procedures gevoerd op de bedrijventerreinen. Hoe ga je om met zo veel weerstand?

LB: In het begin was dat lastig. De erfpacht liep bij veel – overigens verouderde – bedrijven af. De gemeente had inmiddels een visie ontwikkeld voor toekomstbestendige bedrijventerreinen zodat er ruimte moest komen voor wat je wél wilt hebben. Dat roept weerstand op. In het begin wil er niemand met je mee, want iedereen denkt dat er toch niks van komt.  Er was hier eigenlijk geen keuze: het terrein kende criminaliteit, alles was verouderd, er was gebrek aan personeel, aan talent. Dat is een kwestie van de lange adem hebben. Rug recht houden en gewoon doorgaan. Gelukkig heb ik een heel goed team. Het is overigens niet zo’n groot team, aangevuld met mensen van onze eigen gemeentelijke organisatie. Er zitten mensen bij die zijn doorgegroeid van technisch projectleider naar projectmanager. Dat kost tijd – het begeleiden en opleiden van mensen, ze op een bepaalde manier leren kijken.

EV: Je hebt als overheid juridische doorzettingsmacht en een langere adem. Dat maakt je niet altijd populair. Hoe ga je om met het cliché van “de overheid”?

LB: Dat cliché ebt na verloop van tijd weg. In het begin zat ik met een groep ondernemers – koplopers, de “coalition of the willing” – en ze zeiden doodleuk tegen mij: “Jij bent de zevende hier die langskomt. We wachten wel drie maanden, dan ben jij ook weer weg.” Waarop ik zei: ik heb hiervoor getekend, ik ga helemaal niet weg. Maar wat ik vooral doe in zo’n beginperiode is gewoon langsgaan. Ik heb ontzettend veel tijd gestoken in gesprekken met mensen. Hoe is het met jou? Hoe is het met jouw bedrijf? Wat maak jij? Gaat het goed? Die oprechte interesse in mensen maakt dat ze je op een gegeven moment als mens gaan zien, niet alleen als verlengstuk van de overheid. En ik ga altijd vrijwel direct met een kantoor in het gebied zitten – ik werk niet vanuit het stadskantoor, maar ben ter plekke.

EV: Jij komt niet per se uit het bedrijfsleven, maar hebt er veel kennis van. Je moet zowel de maatschappelijke opdracht als de businesscase kunnen bedienen. Hoe ga je daarmee om?

LB: De businesscase van de woonontwikkeling staat hier diep onder water, en als gemeente mag je zo niet rekenen. Twee kanten van de medaille: enerzijds moet je de gemeenteraad uitleggen dat het inderdaad geld kost, maar dat het niet anders kan. Je mag geen geprognosticeerde winst inrekenen – je gaat eerst altijd die badkuip in. Maar: als we straks in het hele gebied rondom het station zo’n 4000 woningen hebben, gaan al die bewoners OZB betalen. Dát is de businesscase van later. Anderzijds kun je die redenering goed gebruiken richting de marktpartijen met wie je zakendoet. Die snappen die ‘badkuip’ ook heel goed, en die bereidheid om te investeren vóórdat er rendement is, verbindt hen juist. Zij willen ook woningen bouwen! Álle partijen hebben een andere businesscase, maar ze zijn wel te combineren.

EV: Publiek-private samenwerking: wat vraagt dat van mensen?

LB: Dat we allemaal terug moeten naar de kern: dat we allemaal mensen zijn. Je relatie met elkaar moet zo zijn dat, als er problemen zijn, je elkaar aankijkt en elkaar helpt. Omdat je denkt: ik werk al langer fijn met jou samen, dit doe ik jou niet aan.

EV: Dat klinkt ook als de netwerkfilosofie achter Holland Property Plaza. Mensen op persoonlijk niveau leren kennen als fundament voor samenwerking.

LB: Ja, en wat je bij de overheid ziet, is dat ambtenaren die in deze branche werken vaak helemaal geen netwerk hebben. Ze gaan mondjesmaat naar dit soort bijeenkomsten, want geen tijd. Maar je moet gewoon mensen kennen! En als je zo’n ontwikkeling van de grond wilt brengen, moet je weten welke partijen dat zouden kunnen – het is verstandig om met verschillende partijen te werken. Netwerkbijeenkomsten zijn van belang. Bovendien komen er creatieve ideeën uit die je zelf nooit zou bedenken. En dat is precies wat je wil.

EV: Hoe ga je om met de lange doorlooptijden van gebiedsontwikkeling?

LB: Ik heb er bewust voor gekozen om aan het begin te zeggen: we gaan een agile gebiedsontwikkeling doen. De mensen die werken aan SchieDistrict dachten allemaal: agile, dat is toch een middag in een hok en dan komt er iets uit? Maar ik zei: wij hebben iedere zes maanden een resultaat, en voor gebiedsontwikkeling is dat agile. Dat resultaat kan zijn dat we een plan opleveren, een contract sluiten – ook al is er nog niks te zien – en dat vieren we ook gewoon. We zijn in 2018 gestart en zijn nu acht jaar bezig. Het eerste woongebouw is al opgeleverd, we hebben 30 gronduitgiften gedaan op de bedrijventerreinen waarvan zeker 20 nieuwe gebouwen staan. De eerste woontoren is in aanbouw, het hotel is in aanbouw, het tweede woongebouw bij het station is in aanbouw, de gronduitgifte voor basisschool de Peperklip is getekend. We zijn nu bezig met de koop-aanneemovereenkomsten voor de school en de gymzalen – het maatschappelijk centrum – dat wordt voor de zomer afgerond. Je ziet dat er van alles in beweging is.

EV: Die nieuwe buurt moet ook verbonden zijn met de rest van de stad. Hoe kijk jij daartegen aan?

LB: Die buurt hoeft op zichzelf niet volledig te zijn, maar moet zodanig aan de stad verbonden zijn dat er cross-overs komen. Er is al op gerekend dat kinderen die op Schieveste komen wonen, in de klaslokalen van de vernieuwde school in de aangrenzende wijk terecht kunnen. Er komt geen supermarkt op Schieveste zelf, maar een onder de Horvathweg – tussen wijk Oost en Schieveste – zodat je die cross-overs echt krijgt. Schieveste ligt op een OV-knooppunt van jewelste, met trein, bus, tram en metro op loopafstand. De parkeernorm is 0,3. Er worden circa 600 studentenwoningen gebouwd, want er is een tekort in de regio, en Schieveste is op zeven minuten trein rijden van Delft. Schiedam heeft daarvoor een convenant met Delft gesloten. Woningen voor jong professionals, voor de dynamische stedeling – en die heeft geen leeftijdsgrens; ook oudere mensen kunnen dynamische stedelingen zijn. Tussen de gebouwen leggen we een park aan, dat aansluit op bestaande structuren en ook nieuwe verbindingen legt met de bedrijventerreinen, waar we ook veel meer groen toevoegen om daar hittestress tegen te gaan. Alles wat we nu aanleggen is ook in die zin voor jaren vooruit goed.

EV: Je moet als gebiedsontwikkelaar ook een halve futuroloog zijn – geïnteresseerd in demografie, sociologie en klimaatkunde. Hoe ga jij om met duurzaamheid – niet als greenwashing, maar echt?

LB: Ik ben niet van de greenwashing. Niet roepen dat je een paar zonnepanelen op het dak hebt gelegd en een probleem daarmee hebt opgelost. Het moet een totaalplaatje zijn. Op de bedrijventerreinen vragen wij bijvoorbeeld een GPR 8 – dat staat voor vijf elementen en gaat ook over de gezondheid van medewerkers – en dat is opgenomen in ons omgevingsplan. Bij de woningen kijken we per gebouw naar duurzaamheid.

Toen ik de buurt Harga ontwikkelde, heeft de gemeente Schiedam besloten hier geen gas aan te leggen. Dat was destijds heel bijzonder, want er stond nog in de wet dat dit verplicht was. Ook het naastgelegen Van der Valk-hotel Schiedam heeft geen gas, net als de nieuwe sportparken daar. Dat werkt prima. En ik denk dat als je dit bij nieuwbouw goed regelt, je meer doet dan met allerlei subsidies voor zonnepanelen op bestaande woningen. Die subsidies kun je beter inzetten om de woningvoorraad van corporaties te helpen upgraden naar een hoger energielabel. Dat heeft meer effect.

EV: Je communiceerde in het begin weinig over de gebiedsontwikkeling. Een bewuste strategie?

LB: Ja, want een gebiedsontwikkeling is gedoemd te mislukken op het moment dat je begint te communiceren dat je iets gaat doen, en er twee jaar later nog niks te zien is. In het begin moet je op je handen zitten. Maar als er wél iets te zien is, helpt dat de gebiedsontwikkeling én de perceptie van mensen enorm. Het is een balanceer act: mensen geïnformeerd houden, maar het op het juiste moment doen.

EV:  Dan Holland Property Plaza. Jij bent al lang verbonden aan de Advisory Board. Wat zie jij als de grootste uitdaging voor het netwerk op dit moment?

LB: Ik kende oprichter Christa al lang. We waren ooit samen genomineerd voor de titel Vastgoedvrouw van het Jaar – Christa won. Zij heeft mij toen overgehaald om bij Holland Property Plaza te komen. Voordat ik het wist, zat ik ook in de Advisory Board, en we waren toen net twee, drie maanden bezig in Schiedam. De meerwaarde van zo’n netwerk is voor mij dat je privaat mensen bij elkaar kunt brengen en ze op persoonlijke basis leert kennen. Dat is echt een meerwaarde.

De uitdaging voor HPP is tweeledig. Ten eerste: we zijn op zoek naar een koers – wat willen we nu precies zijn met elkaar? Ten tweede: het is de uitdaging om wat we al zijn, niet te verliezen. Die twee zaken staan op gespannen voet met elkaar.

EV: Slotgedachten?

LB: Ik denk dat mensen onderschatten hoeveel werk er in een gebiedsontwikkeling gaat zitten. Het kost mij veel uren en het kost mij ook veel van mezelf – wat ik erin stop. Van de buitenkant ziet het werk er soms makkelijk en gelikt uit. Maar van binnenuit, voor mij en de mensen die naast mij mee op kop lopen, kost het heel veel. Je moet echt een rechte rug houden, zeker in het begin, ook richting de eigen organisatie. Het gaat niet zomaar vanzelf. Misschien is het feit dat je overal bestand tegen moet zijn de paradox – aan de andere kant is het ook de motor om door te gaan, enthousiast te blijven, de energie erin te houden. En om mensen te begeleiden, te helpen, en ook een beetje op te leiden. Om ook zo te leren kijken. Want als je eenmaal op een bepaalde manier hebt leren kijken, kun je er nooit meer anders naar kijken.

EV: Dat is misschien wel de beste slotzin van dit gesprek, dit Cruyffiaanse inzicht…

LB: Je hebt het pas door als je het ziet!

Lydia Buist – in het kort

Opleiding

  • MSc Master of Urban & Area Development (cum laude)
  • Post-HBO milieuregelgeving, Hogeschool Rotterdam
  • Ing. Chemische Technologie (apparatenbouw) (cum laude)
  • Aanvullende opleidingen management & veranderkunde (o.a. TwynstraGudde, Van de Bunt Adviseurs)

Loopbaan

  • Gemeente Maassluis – beleid, milieu, ruimtelijke ordening, projectmanagement
  • Gemeente Schiedam – diverse managementrollen, clustermanager (±220 fte)
  • Projectdirecteur “Schiedam in Beweging” (gebiedsontwikkeling A4-zone)

Huidige functies

  • Directeur Gebiedsontwikkeling SchieDistrict, Gemeente Schiedam
  • Lid Advisory Board Holland Property Plaza
  • Docent en adviseur gebiedsontwikkeling (eigen bureau)